Netcongestie: jarenlang beleid laat stroomnet vastlopen
Larissa den Enting | Geplaatst op |

Hoe zonne- en windenergie en explosieve stroomvraag Nederland steeds verder vast laten lopen.
De waarschuwingen worden steeds serieuzer. Zowel TenneT als Stedin geven aan dat het stroomnet op steeds meer plekken vastloopt. Tijdens een recente presentatie aan de Amersfoortse gemeenteraad werd zelfs gewaarschuwd dat er op piekmomenten mogelijk afschakelingen nodig zijn in regio Utrecht (let op: ten noorden van Utrecht stad is dit nog niet gaande) om overbelasting van het net te voorkomen.
Bekijk hieronder een clip van de presentatie van Stedin, gegeven op 13 mei 2026.
Heel concreet betekent dit dat bepaalde apparaten of processen tijdelijk kunnen worden uitgeschakeld om het elektriciteitsnet stabiel te houden. Nieuwe woningen kunnen moeilijker aangesloten worden, ondernemers komen op wachtlijsten terecht en uitbreidingen van bedrijven worden uitgesteld. Waarom? Omdat er simpelweg niet genoeg ruimte meer is op het elektriciteitsnet.
En toch blijft de politiek (zowel lokaal als landelijk) vooral inzetten op nog meer windmolens en zonnepanelen. Maar ondertussen wordt steeds duidelijker dat juist de enorme pieken en schommelingen van zonne- en windenergie een belangrijke oorzaak zijn van de netcongestie.
Bij Amersfoort voor Vrijheid trekken wij hierover al jaren aan de bel. Niet omdat wij tegen innovatie zijn, maar omdat energiebeleid realistisch, betrouwbaar en betaalbaar moet blijven.
Afbeelding 1: Reclamebord wasmachine tijden
Wat is netcongestie eigenlijk?
Netcongestie betekent simpel gezegd dat het elektriciteitsnet overbelast raakt.
Vroeger was het energiesysteem relatief voorspelbaar. Grote centrales produceerden stabiele stroom en huishoudens gebruikten die opgewekte elektriciteit vooral op vaste momenten van de dag. Het elektriciteitsnet was ontworpen voor die situatie.
De afgelopen jaren is het energiesysteem echter compleet veranderd.
Steeds meer stroom wordt opgewekt via windmolens en zonnepanelen, ook bij mensen thuis. De overheid stimuleerde immers dat zoveel mogelijk burgers zonnepanelen moesten nemen. Op papier klinkt het ook heel mooi: “Wek thuis je eigen energie op en ben niet meer afhankelijk van het elektriciteitsnet.” Maar zowel zonne- als windenergie is afhankelijk van het weer. Waait het hard of schijnt de zon fel? Dan ontstaat er ineens een enorme piek aan stroomopwekking. Is er juist weinig wind of zon? Dan wordt er ineens veel minder tot niks opgewekt.
Ons stroomnet is niet gebouwd op zulke extreme schommelingen! Hierdoor ontstaan er momenten waarop er lokaal veel meer stroom wordt aangeboden dan het net aankan. Vooral de teruglevering van zonnestroom zorgt inmiddels voor grote problemen. Tegelijkertijd moeten netbeheerders het systeem continu stabiel houden, want elektriciteit moet op elk moment goed in balans zijn.
De energietransitie zorgt voor steeds grotere druk op het net
Volgens verschillende netbeheerders komt een groot deel van de huidige problemen voort uit de enorme groei van niet-regelbare energiebronnen zoals wind en zon.
Niet-regelbaar betekent: je kunt de productie niet aan- of uitzetten wanneer dat nodig is.
Een kerncentrale of gascentrale daarentegen kan stabiel produceren én bijsturen wanneer de vraag verandert. Maar een zonnepark produceert massaal stroom zodra de zon schijnt, ongeacht of het net daar op dat moment behoefte aan heeft. Juist die onvoorspelbaarheid maakt het systeem kwetsbaar.
Ondertussen blijven gemeenten via de Regionale Energiestrategieën (RES) echter nog altijd gestuurd worden richting nóg meer windturbines en zonnevelden. Andere oplossingen krijgen veel minder aandacht, terwijl de problemen op het stroomnet ondertussen verder oplopen.
Afbeelding 2: Windturbine, foto credits: Pexels.com
Ook datacentra, warmtepompen en thuisbatterijen spelen een rol
Naast wind en zon zijn er ook andere ontwikkelingen die de druk op het stroomnet vergroten.
Nederland elektrificeert in hoog tempo. Huishoudens moeten van het gas af, er komen steeds meer elektrische auto’s, complete laadpleinen, warmtepompen en elektrische toepassingen in de industrie. Dat vraagt allemaal extra capaciteit van een stroomnet dat daar van origine niet op ontworpen is.
Achter de discussie over een ‘vol stroomnet’ schuilt nog een andere realiteit: de explosieve groei van energieverslindende datacentra in Nederland. Door de groei van cloudopslag, streamingdiensten, kunstmatige intelligentie en digitale infrastructuur stijgt het energieverbruik van deze centra steeds verder.
Volgens recente cijfers gebruiken Nederlandse datacentra inmiddels bijna 5% van alle elektriciteit in Nederland. Ongeveer 45 grote datacentra zouden samen evenveel stroom verbruiken als bijna 1,9 miljoen huishoudens.
Nederland telt daarnaast honderden datacentra, variërend van kleinere regionale locaties tot enorme hyperscale datacenters van internationale techbedrijven. Juist deze grote centra vragen continu enorme hoeveelheden stroom, dag en nacht.
Een stabiele stroomvraag zoals van datacentra is technisch gezien beter voorspelbaar, dan de grote pieken en schommelingen van zonne- en windenergie.
Maar de combinatie van die twee zorgt juist voor steeds grotere problemen:
- enorme schommelingen in stroomaanbod door weersafhankelijke energie
- én tegelijkertijd grote constante stroomverbruikers die altijd capaciteit nodig hebben
Hierdoor raakt het stroomnet steeds moeilijker in balans te houden. En tegelijkertijd voelen veel inwoners frustratie. Aan huishoudens wordt gevraagd bewuster met energie om te gaan, terwijl grote stroomverbruikers blijven uitbreiden en lokale ondernemers soms geen aansluiting meer kunnen krijgen.
Nog meer druk op het stroomnet: waterstoffabrieken
Alsof de druk op het elektriciteitsnet nog niet groot genoeg is, staan er de komende jaren nóg meer energie-intensieve projecten op de planning. Een voorbeeld daarvan zijn toekomstige elektrolysers, ook wel waterstoffabrieken genoemd. Deze installaties gebruiken enorme hoeveelheden elektriciteit om water om te zetten in waterstof. Dat proces heet elektrolyse.
De gedachte hierachter is dat overtollige duurzame energie kan worden opgeslagen in de vorm van waterstof, die later weer gebruikt kan worden door industrie, transport of als tijdelijke energieopslag.
In theorie klinkt dit heel aantrekkelijk. Maar in de praktijk vragen dit soort installaties gigantische hoeveelheden stroom van een elektriciteitsnet dat nu al overbelast raakt.
Daardoor groeit de zorg dat Nederland zichzelf steeds afhankelijker maakt van een energiesysteem dat steeds zwaarder belast wordt. Zeker wanneer je dit combineert met de groei van datacentra, elektrische mobiliteit, warmtepompen, nieuwe woonwijken en de voortdurende uitbreiding van weersafhankelijke energie zoals wind en zon.
Het gesprek over de energietransitie gaat al lang niet meer alleen over “meer duurzame energie”, maar steeds vaker over de vraag of het stroomnet deze ontwikkelingen überhaupt nog aankan.
De megakazerne in Zeewolde en de impact op de regio
Een ander voorbeeld van de toenemende druk op het energiesysteem is de geplande megakazerne van Defensie in Zeewolde.
Voor de levering van elektriciteit valt dit gebied namelijk binnen onze gezamenlijke netregio Flevopolder-Gelderland-Utrecht (FGU), waarin netbeheerders en overheden samenwerken rondom de problemen van netcongestie. Binnen deze regio werken onder andere Stedin en Liander samen aan de verdeling van de beschikbare stroomcapaciteit.
De geplande megakazerne komt aan de Spiekweg in Zeewolde, direct aan de andere kant van de Nijkerkerbrug. In verschillende stukken wordt gesproken over circa 650 hectare en ongeveer 7.000 personeelsleden, we kunnen dit dus met recht een enorm complex noemen. Deze kazerne brengt niet alleen extra energieverbruik met zich mee vanuit Defensie zelf, maar ook vanuit nieuwe woningbouw, infrastructuur en ondersteunende voorzieningen in de regio. Daarmee ontstaat dus nóg meer druk op het net, wat nu al moeite heeft om aan alle aanvragen te voldoen.
En ook dit roept voor veel inwoners weer vragen op. Want terwijl ondernemers soms jaren moeten wachten op een aansluiting en huishoudens steeds vaker horen dat het stroomnet vol zit, krijgen dit soort grote landelijke projecten wel doorgang.
Afbeelding 3: Nieuw transformatorhuisje Stedin
Slimme sturing of minder vrijheid?
Om het overvolle stroomnet beheersbaar te houden, kijken netbeheerders steeds nadrukkelijker naar zogenoemde “slimme sturing”. Zoals aangegeven in de recente presentatie van Stedin aan de Amersfoortse gemeenteraad, werd het volgende duidelijk gemaakt:
Apparaten zoals warmtepompen, laadpalen en thuisbatterijen worden gepromoot, maar dan wel met aansturing door energieleveranciers of netbeheerders zoals Stedin en TenneT. Tijdens piekmomenten kunnen deze systemen dan tijdelijk worden teruggeschakeld of uitgeschakeld om het stroomnet stabiel te houden.
Voorstanders noemen dit noodzakelijk om overbelasting te voorkomen. Maar wij zijn hier uiterst kritisch over. Want wat betekent dit uiteindelijk voor de vrijheid van mensen om zelf te bepalen wanneer zij elektriciteit gebruiken? Hun auto opladen? Gebruikmaken van hun eigen opgeslagen energie?
Nu netbeheerders openlijk waarschuwen voor mogelijke afschakelingen op piekmomenten, groeit bij ons de zorg dat de energietransitie steeds meer zal leiden tot beperkingen voor inwoners én ondernemers.
De rekening komt uiteindelijk bij inwoners terecht
Het stroomnet moet nu dus in hoog tempo verzwaard worden. Straten moeten open, talloze transformatorhuisjes worden bijgeplaatst en miljardeninvesteringen zijn nodig om het netwerk uit te breiden. Die kosten verdwijnen natuurlijk niet zomaar. Uiteindelijk betalen inwoners en ondernemers hier zelf aan mee via hogere netbeheerkosten en energierekeningen.
Daarnaast raken ondernemers vaker beperkt in hun groei, omdat aansluitingen niet meer beschikbaar zijn. Nieuwe woonwijken lopen vertraging op. En inwoners horen dat zij hun opgewekte stroom niet volledig kunnen terugleveren.
Kernenergie als serieus alternatief
Amersfoort voor Vrijheid pleit daarom al jaren voor een realistischer energiebeleid, waarin kernenergie een belangrijke rol speelt. Kernenergie levert namelijk stabiele, continue en regelbare stroom die niet afhankelijk is van het weer. De instabiliteit die we nu op het stroomnet zien? Daar is dit juist een krachtige oplossing voor.
Toch rust er bij veel mensen nog altijd een taboe op het woord “kernenergie”. Vaak denken mensen direct aan verouderde kerncentrales en rampen uit het verleden. Maar de technologie heeft de afgelopen decennia grote ontwikkelingen doorgemaakt.
Dat is ook waarom Small Modular Reactors (SMR’s) steeds meer aandacht krijgen, zowel internationaal als in Den Haag.
Een SMR is een kleinere kernreactor die compacter, flexibeler en sneller inzetbaar is dan traditionele grote kerncentrales. Veel ontwerpen maken gebruik van passieve veiligheidssystemen, waarbij reactoren zichzelf automatisch veilig kunnen uitschakelen zonder complexe noodprocedures.
Daarnaast kunnen SMR’s stabiel stroom leveren, dag en nacht, onafhankelijk van weersomstandigheden. Juist die constante energieproductie maakt het interessanter ten opzichte van zonne- en windenergie. Je zou het zelfs kunnen zien als een mogelijke stabiele basis, naast het energiesysteem van de toekomst.
Natuurlijk zijn er ook uitdagingen. Er zijn investeringen, vergunningen, technische kennis en politieke keuzes nodig om kernenergie opnieuw serieus op te bouwen in Nederland. Ook blijft er discussie bestaan over kosten en afvalopslag.
Maar ondertussen groeit internationaal wel het besef dat volledig afhankelijk worden van weersafhankelijke energie grote risico’s met zich meebrengt.
Zelfs binnen de Europese Unie verschuift het debat. Voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, sprak zich er onlangs al over uit dat het een ‘strategische fout’ is geweest van Europa om te stoppen met kernenergie.
Tijd voor eerlijk beleid
Laten we de discussie over energie daarom ook eerlijker voeren. Want inwoners merken inmiddels zelf ook dat het huidige beleid de grenzen begint te bereiken. Het stroomnet loopt vast, de kosten lopen op en tegelijkertijd blijft de politiek vooral dezelfde richting op bewegen.
Amersfoort voor Vrijheid vindt dat we moeten stoppen met ideologisch denken en weer moeten kiezen voor praktische oplossingen, die Nederland betrouwbaar van energie kunnen voorzien.
Dat betekent:
- eerlijk kijken naar de oorzaken van netcongestie
- stoppen met tunnelvisie binnen de energietransitie
- ruimte geven aan innovatieve én stabiele energiebronnen
- kritisch kijken naar de gevolgen van grootschalige elektrificatie
- en kernenergie eindelijk serieus meenemen als onderdeel van de oplossing
Want het is zo simpel:
Een betrouwbaar energiesysteem draait niet om politieke symboliek, maar juist om leveringszekerheid, betaalbaarheid en stabiliteit.